Poëzie, een inleiding- artikel 2
Er bestaat zoiets, als een dichterlijke vrijheid. Denk niet dat het een vrijbrief om de grammatica de nek om te draaien. Dichterlijke vrijheid, is in mijn ogen, de vrijheid die de dichter heeft, om binnen de regels, lading of betekenis te geven aan woorden, woorddelen, klanken en (vers)regels. Het afbreken van de regel, levert een mooi voorbeeld op, omdat de dichter daardoor de lezer, dwingende aanwijzingen geeft hoe het gedicht gelezen moet worden, om de specifieke bedoeling van de auteur te laten uitkomen of begrijpen.
Iedere dichter zal kiezen voor een eigen stijl: de woordkeus, de lengte van de regels, de rijm(dwang), de lengte van het gedicht, de vorm (vrij of vast), de intentie (boodschap of mijmering), perspectief (ik of men, vertellend of moraliserend). Er zijn nog veel meer aspecten.
Beginnende dichters kiezen vaak de liefde als thema. Op zich geen bezwaar, tenzij, de gebruikte beelden uniek zijn. Alles is al ooit gezegd, toch wordt van elke dichter een stuk originaliteit verlangd. Een schrijver van een gedicht, zou pas recht hebben op de titel dichter, wanneer een gedicht geschreven wordt over de liefde, zonder maar een keer het woord liefde te gebruiken, evenmin in de titel. Een klein voorbeeld:
Coronie
aan de rand van de zwamp
heb ik ooit de muskieten
moeten weghouden
van het lijf
dat jij en ik beheerden
wij zozeer begeerden
dag in dag uit
bezochten we die plek
waar de insecten
mij voldoening schonken
ik het won met
fluisterend aaien
ik koester de prikken
Wenkje voor het schrijven van een gedicht: Kies een thema, titel mag maar hoeft nog niet; zoek een beeldspraak, maak een soort vergelijking. Neem als werkthema, menselijk gedrag; waarmee zou je een mens kunnen vergelijken; een rivier; welke eigenschappen heeft een rivier; schrijf een rijtje woorden op die met de eigenschappen te maken hebben. Het is nu tijd om te beginnen: probeer nu een korte regel te maken met een van de gekozen woorden, waarbij je aan een mens denkt. Gebruik maximum acht regels of twee strofen van vier versregels. Een regel mag maar vijf woorden bevatten. Laat me weten wat het geworden is. Neem alle tijd, tot de volgende keer.
Guillaume Pool
Terug naar De Kunst van Poëzie