Poëzie, een inleiding- artikel 4
Enkele jaren geleden, na het opnieuw winnen van de Dunya poëzieprijs, kreeg ik samen met andere winners een traject aangeboden, van Stichting Dunya. We mochten gedurende enkele maanden, lessen volgen bij Remco Ekkers, Astrid Roemer en Henri Habibe. Drie begaafde docenten elk met een eigen bagage en een eigen wijze van aanpak. Habibe, uit de Zuid Amerikaanse school leerde ons de muziek te brengen in de gedichten, klinkerrijke regels te herhalen, veel open klinkers te gebruiken, vrij van rijmdwang. Hij pleitte voor de romantiek in de versregels, door het gebruik van omschrijvingen eerder dan door het gebruik van melige woorden. Zijn opdrachten leverde zangerige, ritmische gedichten.
Astrid Roemer, was de filosoof, die steeds aandrong op de verantwoordelijkheid als dichter: de lezer moet een kans krijgen om door de dringen tot de essentie: via universele beelden, begrijpelijke etnische relatie, nationale mythe en strikt persoonlijke opvattingen. Haar aanpak leverde bij de cursisten diep grijpende beelden. Metaforen en vergelijkingen een eigen leven gunnen in het gedicht.
Remco Ekkers was de constante uitdager die vond, dat de deelnemer op elk gewenst moment van elk voorwerp of van elke titel een gedicht moest kunnen maken. Hij daagde ons uit beroemde gedichten te herschrijven, moeilijke gedichten uit een vreemde taal te vertalen, ongeacht of wij de taal kenden. Een woordenboek was genoeg. Zijn analyse van de gedicht was altijd trefzeker.
Aan het einde van het traject hadden de zes deelnemers voldoen werk om samen een prachtige bundel uit te geven: Voetsporen.
Na deze ervaring besloten de deelnemers zonder docent verder te gaan. Opdrachten aan elkaar, hele weekenden, waarin die opdrachten werden uitgewerkt of kritisch werden besproken. De groep bepaalde de norm. Samen werden de criteria opgesteld. De regels ontstonden tijdens het spel. Deelnemers hielden zich aan de code en afspraken. De groep ging later uit elkaar, te druk leven en te grote afstanden. Het resultaat bleef verbluffend.
Ik daag u uit een poëzie schrijfgroep te vormen. De regels met elkaar afspreken en bij de bespreking van elkaars gedichten steeds open blijven voor opmerkingen van de anderen. Neem elke opmerking serieus en laat geen toehoorders toe, die niet actief deelnemen. Geef elk jaar een bloemlezing in eigen beheer uit. Verbaas je over je eigen groei.
Dit erf
hier heb ik om het wonder gesmeekt
van god of zo
met modder tussen de tenen
lawaai in de oren
gezocht naar scherven
gezocht naar scherven
om tot woorden te lijmen
woorden van scherven
wonder van woorden in lijm
in modder in hopen gelegd
als hoop te dienen
voor de maaltijd met god of zo
woorden van hoop mes en vork
op een bord vol ellende
Guillaume Pool
Terug naar De Kunst van Poëzie