Recensie of loftrompet?
De ontmoeting met een redacteur en de confrontatie met de recensent vormen vooral voor beginnende auteurs, twee heel spannende momenten. Misschien vormen deze momenten de meest beslissende factoren in de loopbaan van de auteurs.
De redacteur is een vrouw, meestal een man die zich gedraagt als een godheid van het woord. Hij staat tussen de uitgeverij en de auteur. De uitgeverij moet door zijn of haar werk behoed worden voor al te grote financiële schade of literaire ongeloofwaardigheid. Elk woord wordt gewogen en moet de kleur dragen van de redacteur. De redacteur weet wat de opdrachtgever wil en maakt de beoogde publicatie geschikt voor de ogen en de smaak van de lezer.
De recensent komt in beeld, wanneer na heel veel zorg en liefde de publicatie wordt aangeboden aan een persoon die vaak daar geen enkel belang bij heeft. Dat exemplaar blijft ook veelal ongelezen, terwijl alle aandacht gaat naar de de recensie. Veel schrijvers beweren met veel ophef nooit een recensie te lezen, zeker niet wanneer hun eigen werk onder het fileermes is geweest.
In de bloeitijd van Michiel van Kempen gold dit voor alle Surinaamse auteurs of schrijvers met Surinaamse klinkende namen. Van Kempen had een missie en met liefde ging hij met houwer, tyap en vuilnisbak door de heilige teksten. Hij liet telkens een slagveld, treurnis en woede achter zich. Hij had gekozen voor de bekende manier om de durvers te laten afzien van verdere schade of tot betere kwaliteit de dwingen. Misschien heeft het iets opgeleverd, maar na zijn vertrek werd het opvallend stil.
Als liefhebber van woorden heb ik mij vele jaren lang verheugd op het verschijnen van de Literaire Pagina van de Ware Tijd. Ik wilde altijd eerst de recensies lezen alvorens me te wagen aan de publicatie zelf. De toon van de recensies heeft er wel voor gezorgd, dat ik alles gelezen heb wat aangeprezen werd. Ik kon daarna niet nalaten om de mening van de recensieschrijvers naast de publicatie te leggen. Niet zelden heb ik in de veronderstelling verkeerd dat ik een andere tekst onder ogen heb gehad, dan de recensent. Ik miste een vleugje gezonde kritiek op de taal, de stijl, de informatie, de beelden, de beschrijvingen en de uitwerking van de personages. Ik ben zelf geen recensent, maar volgde ooit in Utrecht bij Drs Julian With een traject RECENSIE SCHRIJVEN. Met die kennis in mijn achterhoofd lees ik los en vast vele boeken. Soms wordt ik er verdrietig van, dat ik de cursus gevolgd heb, omdat ik net zo enthousiast had willen zijn als de schrijvers van die recensies.
Ik heb me bij het schrijven van dit stuk, even weer verdiept in de essentie van het recenseren. De literatuur die ik geraadpleegd heb zegt ongeveer het volgende: “Een recensie is een journalistieke of wetenschappelijke tekst waarin de auteur een oordeel geeft over een (kunst)werk...” Deze kwalificatie mis ik te vaak in Paramaribo bij de bespreking van vooral eerstelingen. Een recensie hoort een eerlijke beoordeling te zijn, met als doel de auteur te helpen om het de volgende
keer beter te doen en de lezers uit te nodigen aan de maaltijd of te hoeden voor teleurstellingen. We hoeven onze tenen echt niet in te trekken noch op te offeren.
Recensenten zijn vooral geen schrijvers en dus verwacht ik dat schrijvers zich niet als recensenten opwerpen. Ze zijn beiden wel noodzakelijk in het literaire spel.
Ik zeg dit, terwijl ik me realiseer, dat in een kleine gemeenschap als Paramaribo moed nodig is om een publicatie oprecht te analyseren. Dat gebrek tref ik ook bij recensies van andere disciplines. Een recensie is geen daad van vijandigheid. Een dokter is niet vijandig wanneer hij/zij slecht nieuws moet doorgeven. Wanneer ik in Suriname ben bezoek ik zoveel mogelijk culturele bijeenkomsten en herken me later niet in de verslaggeving. Een dansvoorstelling b.v. wordt beoordeeld op de kleurige kostuums alleen. De choreografie en de dans worden niet of nauwelijks besproken en de kwaliteit van muziek en geluid komen nooit aan bod. Er verandert daarom niets of heel weinig. Elk jaar weer klinken in het theater de violen als botte zagen, en het tere geluid van de harpen verdwijnt in de doffe dreunen en gekras van de zoveelste slechte geluidsinstallatie. Er wordt te vaak compensatie gezocht in het volume. Alsof we doof zijn of doof moet worden. Ik ben te profaan om de choreografie te beoordelen, maar mijn oren weigeren het slechte geluid te accepteren. Daar moeten we over durven te schrijven en dit geldt ook voor de woorden, taal, muzikaliteit en stijl in publicaties. Een boek is een boek, waar ook ter wereld en wie een boek publiceert zal dat moeten weten.
Recensie schrijven is een vak en sommige mensen hebben daar echt niets te zoeken.
Ik heb mij een keer laten ontvallen, dat ik de Waterkant vanaf het Waaggebouw zo vies vond en aan een schoonmaakbeurt toe was. Goede vrienden namen me dit kwalijk met de opmerking: ‘Ben je vergeten dat je Surinamer bent?’
Ik blijf ze evenwel lezen, de publicaties en de recensies omdat ik zo graag wou weten of mijn opmerkingen ooit ter harte zijn genomen. Ik mijd nog steeds de Waterkant.
Guillaume Pool