Taal en Maatschappelijke ontwikkeling

Workshops en andere activiteiten

De kunst van Proza

De kunst van Poëzie

De kunst van Vertellen

Onder de Amandelboom

 


Voorlezen

Voorlezen is iets heel anders dan vertellen. Wij hier in Suriname houden van tori, fruteri tori. Het past in onze culturen. Als mama voor het slapen gaan vertelt, of opa op het balkon, of de juf in de klas of de bieb of zelfs op het schoolerf 'ondro bon', hangen de kinderen aan zijn of haar lippen en vooral de kleintjes zeuren na afloop om meer. Het leuke van vertellen is dat een goede verteller contact heeft met zijn publiek. Ze spelen op elkaar in.

Voorlezen brengt een ander contact met zich mee door de aanwezigheid van de tekst. Geschreven taal is anders dan gesproken taal. De verteller past zijn tekst en taal aan zijn publiek aan. De voorlezer heeft te maken met een vaste tekst. Een goede geschreven tekst werkt mee aan de verrijking van de taal van de kinderen. Door te luisteren en mee te leven met het verhaal pikken ze onbewust nieuwe woorden op en zinsconstructies. Als de taal hen aanspreekt, gaan ze van die taal houden. Voorlezen is dus heel belangrijk voor kinderen van wie het Nederlands niet de moedertaal is. Kinderen die nog niet of net leren lezen, komen in contact met teksten die ze zelf nog niet kunnen lezen, maar waar ze wel van genieten. Goed voorlezen is een uitstekende vorm van boekpromotie, leesbevordering. Als je genoten hebt van gedeeltes uit een boek die goed voorgelezen werden, wil je het meestal helemaal lezen! Maar een saaie of onduidelijke voorlezer bederft de lust tot lezen!

Naast vertellen en voorlezen is er nog een tussenweg: vertellend voorlezen. Vooral bij boeken met duidelijke prenten kun je de geschreven tekst loslaten voor eigen opmerkingen of commentaar van de kinderen. De dierenboekjes van Paul Middellijn en tekenares Marjo Hofman lenen zich hier goed voor en natuurlijk het beroemde Bigi-Bere, Bigi-Ede en Fini-Futu van Francis Vriendwijk.

Voorlezen doe je niet zomaar: je moet je altijd voorbereiden. Vooral als je nog een beginneling bent, kun je met potlood in het verhaal een indeling maken: waar is er een rust, waar leg je accenten, waar zijn gesproken stukken, waar je je stem moet veranderen.

Welke boeken of verhalen zijn geschikt om voorgelezen te worden? Het belangrijkste is dat het verhaal beeldend geschreven moet zijn. De luisteraars moeten het voor zich kunnen zien. De taal zelf moet dus expressief zijn, met klanknabootsingen, grapjes, uitroepen en dialogen. Spanning en humor moeten ervoor zorgen dat de kinderen blijven luisteren.

Vertellen en voorlezen betekenen momenten van rust in de dagelijkse drukte. Je moet dus ook een gemakkelijke houding kunnen aannemen. Een vertel -of voorleeshoek in de klas, vooral voor de kleintjes, is dus ideaal. Ze kunnen een kussen van huis meebrengen om het zich nog gemakkelijker te maken en een vriendelijke aankleding doet ook heel wat.

Voor de voorlezer zijn de volgende richtlijnen belangrijk:

•  articuleer duidelijk, spreek alle woorden goed uit; de kinderen moeten alles kunnen verstaan, ook het laatste stukje van een zin,

•  lees niet in een dreun, waarbij de toon aan het eind van de zin steeds omhooggaat of bijvoorbeeld bijvoeglijke naamwoorden altijd een klemtoon krijgen. Klemtonen kunnen alleen als het vanuit het verhaal nodig is,

•  wissel het volume af, dus luid en minder luid. Als je stiller spreekt, spitsen de kinderen hun oren. Maar het moet wel altijd verstaanbaar blijven,

•  zorg voor een beheerst tempo, lees niet te snel, alleen als het nodig is om spanning te bereiken, kun je langzamer of sneller gaan lezen,

•  las af en toe pauzes in, zodat de kinderen even kunnen bewegen en je zelf weer op adem komt. Zorg er wel steeds voor dat de spanning niet verbroken wordt,

•  werk niet alleen met je stem, maar ook met je longen, je ademhaling; zoek een vertelritme dat past bij je ademhaling, en je kunt ook hijgen, zuchten, moe uitblazen enzovoort, als dat past in het verhaal,

•  kleur je stem, aangepast aan de personages die spreken; dat is niet makkelijk, je kunt het ook doen door een bepaald personage in een bepaalde snelheid te laten praten of op een bepaalde toonhoogte; voor er een nieuw personage aan het woord komt, even rusten,

•  houd steeds oogcontact met je publiek, spreek ze aan met je ogen, je hele gelaatsuitdrukking , druk met je houding en mimiek gevoelens uit, maar overdrijf nooit.

Misschien is het een goed idee om op school met de collega's af en toe een 'vertelsessie' te houden waarbij je elkaar commentaar levert op je manier van vertellen.

Welke Surinaamse kinderboeken zijn geschikt om voorgelezen te worden? Het best zijn die boeken die expressief geschreven zijn, of dicht bij de orale cultuur staan. Een paar voorbeelden:

  • Johan Ferrier: Het grote Anansiboek
  • Effendi Ketwaru: Rani en de slangenkoning
  • Ismene Krishnadat: Nieuwe streken van koniman Anansi

Seriba in de schelp

  • Noni Lichtveld: De spin weeft zich een web om de wereld
  • Marijke van Mil: Zout , Kikkertje en slangetje , De zingende drum
  • Rappa: Verdwaald in het bos
  • Marylin Simons: Anansi dala

Edo-Eén-Shirt en Potje Pindakaas

  • Francis Vriendwijk: Koprokanu tan de

Dit is maar een keuze. Natuurlijk kunnen er ook andere Surinaamse en buitenlandse verhalenboeken gebruikt worden. Deze keuze is gemaakt op grond van de expressiviteit van de taal.

Bron:Jan van Coillie: LEESBEESTEN EN BOEKENFEESTEN. Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken? Leuven, Davidsfonds/Infodok, 1999


Els Moor



Terug naar Taal en Maatschappelijke Ontwikkeling

 

 

 
TALENT IS TE VORMEN!! Copyright ©, 2006 www.bukutori.org