WIE IS ER BANG VOOR EEN DEKOLONISERENDE ROMANPIL?

 

Het is zaterdagavond 19.30 uur. Zaal 4/5 in Hotel Krasnapolsky op de derde etage is sfeervol ingericht voor de lezing van auteur Astrid H. Roemer, die momenteel voor onbepaalde tijd in Suriname verblijft. Op een tafel van ongeveer twee meter lang en één meter breed voorzien van een frisgroen gekleurd tafelkleed staat, naast enkele van haar werken zoals Zolang ik leef ben ik niet dood en Niets wat pijn doet maakt gelukkig , de geruchtmakende trilogie in een veelvoud van vier uitgestald. Stapels boeken: Roemers drieling. Daarover zal de inleiding aanstonds gaan. Nog voordat de lezing begint, staan er al enkele gasten in de rij om het drieluik te kopen. Enkelen vragen zich af hoeveel exemplaren ze mogen meenemen. Voor een bedrag van srd 25 wilde men meteen ook een voor een oom of een vriendin. Dat mocht. De gasten stromen binnen. De een knikt naar de auteur, de andere loopt naar de boekentafel en weer een andere zoekt een goede zitplaats. Om op tijd te kunnen beginnen is de verkoop uitgesteld tot na de lezing. Voor een goed opgekomen publiek (ongeveer 85) opent Shirley S. Sitaldin voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Neerlandici de lezing met een gedicht (Stalen Zenuwen) dat Roemer op verzoek van de Nederlandse Taalunie heeft geschreven voor de gedichtendag van 25 januari 2007. Hierna spreekt zij de gasten hartelijk toe en verzoekt zij pianist/vocalist Lisibeti en multifunctioneel kunstenaar Djinti om Djeme fu Djinti, een geliefd lied van de gastauteur ten gehore te brengen. De gasten luisteren intens stil. Mevrouw drs. Astrid H. Roemer wordt naar voren gevraagd om te spreken over haar romantrilogie Gewaagd Leven ('96), Lijken op Liefde ('97), Was Getekend ('98) op uitnodiging van de Surinaamse Vereniging van Neerlandici.
 

Ifu djeme no ben de ati ben sa priti meldde Rinia Rotgans (Pleeggezinnenzorg) naar aanleiding van het lied ‘Djeme fu Djinti' (auteur Van Bosse) . Naar analogie daarvan neem ik de vrijheid te stellen: Zonder kunst zou onze ziel verdwalen. Zonder literatuur zou het verstand verschrompelen.

 
Mijn intenties

In januari 1981 zette ik Paramaribo! Paramaribo! in elkaar, een muziektheater-stuk bestaande uit teksten, die gerust kunnen worden gelezen als mijn directe reactie op de staatsgreep van tachtig. Het stuk trok volle zalen, mogelijk omdat het refereerde aan gevoelens en gedachten, die door Surinamers soms tientallen jaren waren weggestopt. Want ze kwamen overal vandaan om hun hart op te halen en vaak werd zelfs ongegeneerd gesnikt, terwijl Gerda Haverton, Judith de Kom en Gerda Zaandam werkelijk de sterren van de hemel speelden en zongen, samen met enkele bekende muzikanten als Marcel Frans, Dave Mac Donald en Frank Ong A Lok. Vanaf die productie hield ik mij dagelijks een paar uur bezig met het idee om een trilogie op te trekken, die op afdoende wijze op zijn minst kon helpen herinneren aan het proces, dat zich langzaam maar zeker voltrok in ons privé-bestaan en in het openbare leven. Ik kon niet duiden om welk proces het precies ging, maar dat er iets uiterst gecompliceerds aan-het-gebeuren-was-met-Surinamers, dus uiteraard ook met mij, was een feit. Mijn idee voor het drieluik, werd mede gevoed door de gedachte, dat mijn landgenoten altijd, dat is zover ik mij dat kan herinneren, een reden hebben gehad om hun geboorteland te verlaten en altijd gingen de meesten naar Nederland. Wie Suriname personifieert, en dat doen sranansma graag, kan zich voorstellen, dat het gebeuren voor mij leek op een soort bloeden dat maar niet kon stoppen. De oorzaak heette politiek te zijn: beleid en beleidsmakers waren autochtoon en te licht bevonden om de samenleving naar Europees model te ‘beschaven'.
Ik was ervan overtuigd, dat geen enkel partijpolitiek beleid aan die optiek iets zou kunnen veranderen. De oorzaken lagen immers dieper dan de partijpolitiek ooit zou kunnen komen. Surinamers in het algemeen waren basaal ontevreden en ‘iets' (de hemel mocht weten wat!) zou het ooit moeten ontgelden. Er was al behoorlijk wat wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het categorisch in kaart brengen van beweegredenen voor migratie naar Holland maar, zoal het met academisch onderzoek meestal gaat, de fijnmazigheid van de zaak werd weg-geredeneerd als vertekening. Juist de vertekening heeft mij geboeid en de gemeenplaats, dat wij Surinamers een ‘haat-liefdeverhouding' hebben met onze ex-kolonisator, was dan ook geen afdoende antwoord op de taferelen die wij nog steeds kennen als bij voorbeeld overvolle vluchten ‘heen en weer'. Ik ben te rade gegaan bij de wereldliteratuur met de vraag: hoe verwerkt en begrijpt een volk haar actuele geschiedenis?
Een volk verwerkt haar actuele geschiedenis door auteurs/dichters en andere publicisten voort te brengen en die te lezen. Het antwoord was niet zozeer te vinden in de teksten van gelauwerde auteurs uit heden en verleden; het antwoord liet zich lezen uit de enorme berg boeken die publicisten van overal ter wereld hadden toegevoegd aan het archief van het menselijke bestaan. Een bestaan dat zich profileert als een voortdurende worsteling ter overleving.

Ik nam mij voor een poging te wagen duizend pagina's geconcentreerde proza te wijden aan de actuele geschiedenis van mijn geboorteland. Met horten en stoten nam ik uiteindelijk 3 standpunten in:
1. onvoorwaardelijk zou ik mij wijden aan de drie romans; dat betekent o.a. mij helemaal niets aantrekken van waarschuwende en/of dreigende praatjes van wie dan ook;
2. literaire romans zou ik schrijven en daarbij het risico lopen slechts door een relatief klein publiek begrepen/gelezen te worden;
3. de boeken zouden in drie achtereen-volgende jaren moeten verschijnen.

Ik zal u niet lastigvallen met wat zich ‘achter de coulissen' heeft afgespeeld; noch met wat na het verschijnen van de totale trilogie op mijn pad kwam; daarvoor verwijs ik naar mijn autobiografie, waarvan het eerste deel getiteld Zolang ik leef ben ik niet dood (Aspekt 2004) inmiddels is verschenen; momenteel werk ik aan deel twee daarvan.

Het ‘begrijpen' d.w.z. het ‘verstaan' van een roman is een privé-aangelegenheid. Niemand kan voor een ander ‘iets begrijpen'. Een roman neem je tot je als een (mentale) maaltijd en je verwerkt haar op een uiterst persoonlijke manier. Ik bedoel: iemand die beweert mijn trilogie te kennen en daarbij verwijst naar boeksprekingen daarvan heeft van literatuur weinig begrepen. Een roman is er om te worden opgegeten en daarbij het risico te lopen zelf te worden verslonden (of in het ergste geval: spijsverteringsproblemen te krijgen). Om u iets te laten proeven, een soort monster van elk boek waarmee u de mond kunt spoelen om de smaak te fixeren (denk maar aan het proeven van wijn), heb ik Shirley Sitaldin gevraagd om 3 korte passages voor te lezen.
Sitaldin leest voor uit ‘Roemers Drieling': pag. 15 tot de witregel/pag. 247/pag. 501 vanaf de witregel tot pag. 502 drie alinea's (laatste woord: markt)

 

De samenhang

Bij mij begint het willen schrijven van een roman altijd met een reeks vragen. Vragen die moraal en ethiek raken. Literair-technische vragen ook. Bij voorbeeld deze:

I. Waardoor kan een romandrieluik afdoende zijn? Antwoord: door de juiste metaforen te kiezen en personages te bouwen die daarin passen.
II. Wanneer kan een tekst die de actuele geschiedenis omvat veilig landen in een politiek onveilig klimaat? Antwoord: als de beladen sociaal-politieke context naar de achtergrond wordt geschoven en slechts als interveniërende factor meedoet in de persoonlijke geschiedenissen.
III. Hoe kan voorkomen worden dat een literair verhaal ontaardt in een politiek pamflet? Antwoord: door bij het construeren/vormgeven extra aandacht te schenken aan de factor ‘tijd': de vertelde tijd (de vertellerstijd), het ‘hier en nu' van de centrale personages en: de niet-herinnerbare tijd.

 

Over de metaforen

Metaforen zijn beelden op grond van gelijkenis die een literaire auteur bewust gebruikt om iets, meestal iets abstracts te verhelderen (vergelijk passie/vuursymbool; liefde/ hartsymbool).
Bij het maken van een literair werk gaat het om het vinden van de ‘juiste metaforen'. Voor mijn drieluik ben ik uitgekomen bij: water, wind/lucht, vuur (en aarde). Water, lucht, vuur en aarde zijn klassieke elementen. Ze spelen een rol in de astrologie en in andere niet nader te duiden min of meer spirituele scholen die hun mensbeeld vaak oriënteren op genoemde vier elementen. De moderne fysica heeft intussen nog minstens 96 elementen toegevoegd aan de klassieke vier; maar dat terzijde.

Waarmee heb ik de klassieke metaforen geladen m.a.w.: wat vertegenwoordigen deze metaforen in mijn romans?

 

WATER. Oorspronkelijk leven ( zie scheppingsverhalen), onontbeerlijk/ noodzaak, communicatie/waterwegen. Associaties: vruchtwater, lichaamsvocht, grondwater, tropische regen maar vooral ook: Suriname waterrijk land (rivieren) maar ook: water verdamt, verdwijnt naar boven en uiteraard, water wast(zuivering). De operationalisering van het begrip ‘water' helpt het verhaal construeren en het hoofdpersonage karakteriseren. Voorbeeld: Onno in Gewaagd Leven wil zelf ‘verdampen': de zwaartekracht/ het grond-water ontvluchten, ruimtevaarder worden. Zijn familie woont aan een grote rivier (Commewijne). Hij steekt een brede rivier zwemmend over om vrij te zijn.

LUCHT. Maar omdat water verdamt, licht van gewicht wordt en zich als lucht verplaatst, is de dragende metafoor in het tweede boek Lijken op Liefde , ‘verplaatsbare lucht' d.w.z. ‘wind' geworden. Ik wilde samenhang, toch?
Wind (sranan winti) brengt mij bovendien vanzelf naar een vorm van religie bij Afro-Surinamers en aldus naar bepaalde grondgebieden in ons land. Een juist gekozen metafoor helpt wederom het verhaal structureren en personages karakteriseren. Cora (de onaangetaste dogla maagd) uit Lijken op Liefde komt door haar huwelijk te wonen in een winti-leefgemeenschap (Para-gebied). De olifant die gewassen wordt (vorige metafoor water) door Herman (haar geliefde jonge echtgenoot) is daarin de verbindende factor en de waarschuwing: ik houd mij bezig met gewichtige zaken! Maar ook: de olifant is het grootste landdier met het meest grote en stabiele geheugen. Een verwijzing naar ‘niet-herinnerbare bronnen/ tijden': bij voorbeeld land van herkomst in Afrika. Slaventijd. Kolonialisme. Winti-wederwaardigheden. Cora zal zich gaande weg losmaken van groot/zwaar/niet-herinnerbaar: zij gaat vliegen (wordt licht) om inzicht/overzicht te krijgen m.b.t. een herinnerbare aangelegen-heid: een moord.

VUUR. Het ‘licht' worden van Cora leidt mij naar het derde boek en de derde metafoor: vuur. Het vuur is een metafoor welke traditioneel staat voor hartstocht, voor catharsis (geestelijke zuivering) maar ook voor ‘het goddelijke'. In vrijwel alle mij bekende etnisch-cultureel gerelateerde religieuze teksten is feitenkennis over het ‘goddelijke' geworteld in een ‘niet-herinnerbare tijd' en is het symbool voor de manifestatie van het goddelijke: vuur.
Deze metaforische kennisbronnen construeren wederom het verhaal en het centrale karakter. Ilya is wees, ergo vondeling: in het tropische regenwoud geboren en achtergelaten, gevonden door autochtone nomaden, doorgegeven aan westerse zendelingen om tenslotte geadopteerd te worden door een Hollandse vrouw. Deze lijn in de roman is geladen met ‘niet-herinnerbaarheid' (en in wezen is Ilya door zijn wortelloosheid mythologisch gezien een soort god). En de roman start dan ook met het aankopen (door de hoofdpersoon) van een partij geveilde goederen, niet-te-identificeren handelswaar uit het buitenland: pag. 499: 1 kist speelgoed. 5 kisten medicijnen. Enzovoort.
Aan het vuur gerelateerde zaken die het verhaal leiden zijn o.a. de plotseling oplaaiende passie van de getrouwde hoofdpersoon voor een onbekende (Hollandse) vrouw, het vliegtuigongeluk, maar vooral ook zijn ervaring en kunde met betrekking tot openluchthoutvuren. Deze metaforische signalen zijn zo geïntegreerd, dat ze helpen de roman consistent, geloofwaardig en literair te houden.

Maar al het voorgaande betreft technische aangelegenheden. De kunst is, om er een voor Surinamers herkenbare bij-de-actualiteit-aansluitende- leeservaring van te maken.

HOREN. ZIEN. ZWIJGEN.
 

De rode draad in de drie romans is vanuit het perspectief van de hoofdkarakters bezien (puberzoon, Nickeriaanse dogla bigi-sma, identiteitsloze vondeling) een rationeel willen vat-krijgen op de ‘waarheid' met betrekking tot bepaalde levensfeiten. Deze personages worden echter gedwongen om de ‘normale weg van kennis vergaren' (de juiste vragen stellen en die te beantwoorden) te verlaten en andere instrumenten in te zetten. Uiteraard is het de auteur die existentiële ( Existentialisme : een bestaan waarin de mens als individu met eigen verantwoordelijkheid wordt gezien) diepgang geeft door bepaalde oplossingen aan te dragen. De weg tot levenswaarheid is in de trilogie: het bestaan zelf. Er is geen andere waarheid dan die van de dagelijkse ervaring m.a.w. ieder/elk leven wil geleefd worden om haar waarheid vrij te geven . Deze intentie zou kunnen worden aangemerkt als latente kritiek op het doelbewust beëindigen van elk soort leven in het algemeen en menselijke leven in het bijzonder.

Een verwijzing naar o.a. de decembermoorden, abortuspraktijken, moord in de privé-sfeer?

Wie de romans nauwkeurig heeft gelezen zal zich wellicht hebben afgevraagd, waarom geen van de hoofdkarakters stadsmensen zijn. Dit is een strategie van de auteur, dus van mij om gevoelige en beladen politieke feiten te ontwijken (in een politiek onveilige tijd jaren 82-96) en toch de actualiteit geloofwaardig aan de orde te stellen.
Een verwijzing naar de politiek onveilige tijd waarin de romans zich afspelen, en een die meer verborgen is, maar als een navelstreng de drieling bij elkaar houdt en voortdurend springlevend, is de verwijzing naar de wereldbekende miniatuurplastiek: drie aapjes die horen-zien-zwijgen uitdrukken. Onno Mus wordt doof (na harde levensfeiten), Cora uit Lijken op Liefde accepteert zwijggeld om te zwijgen (over harde levensfeiten) en Ilya Abracadabra van Was Getekend wordt tijdelijk blind (zijn ogen produceren overvloedig traanvocht en moeten worden afgedekt) iedere keer als hij geconfronteerd wordt met zijn eigen ‘harde levensfeiten'. Is horen-zien-zwijgen een verwijzing naar o.a. het gedrag van personen die direct betrokken zijn geweest bij de decembermoorden? Het gedrag in privé-omstandigheden van opmerkelijke politici en regeringsleiders in het algemeen? Het gedrag van volwassenen die dingen doen waarvoor zij in het openbaar geen verantwoordelijkheid willen/durven dragen?

DE VORM

Dergelijke vragen voeren mij naar de ‘vorm' van het trilogieproject. De vorm is gebaseerd op een notie, die zowel filosofisch als natuurwetenschappelijk is, namelijk dat ‘tijd niet bestaat'. En indien de ‘tijd' toch bestaat dan is zij volgens Einstein(geboren 1879) slechts te ‘verstehen' als wij mentaal kunnen vatten zijn leer/formule van de relativiteitstheorie. In Albert Einsteins tijd waren er, volgens zijn biografen, over de hele wereld slechts 16 mannen die begrepen wat Einstein bedoelde met :
E=mckwadraat . ( E=energie. M= massa. c= snelheid van het licht ). Zoveel natuurwetenschappelijkheid had ik niet nodig.
Ik heb per roman, de factor tijd consequent als een relatief gegeven ingezet. Het perspectief van de tijd, is direct en haast organisch gekoppeld aan de uiterst-persoonlijke beleving van de hoofdkarakters.Visueel is het een en ander duidelijk gemaakt door de opdeling van de teksten per hoofdstuk in 3 tijdsperspectieven. Nadrukkelijk articuleren mijn hoofdpersonages, wat zij beleven in de tijd psychologisch aangeduid als het ‘ hier en nu' . Alles daaromheen is min of meer herinnerbaar. Mijn vorm is dus gevat in een natuurwetenschappelijke formule, ‘de relativiteit van de ervaring' die mijn trilogie d.w.z. elk boek daarvan afzonderlijk maakt tot : de wetenschap van het meest intieme en het meest persoonlijke. Literatuur mag niet leiden tot generalisaties . Integendeel. Literatuur vreet generalisaties aan van bij voorbeeld etnisch-culturele, klasse, gender en politieke aard en confronteert of toont ons het meest wezenlijke of het meest authentieke. Toch is de paradox, precies als in de natuurwetenschappen, dezelfde notie namelijk dat, door het kleinste bestanddeel te kennen wij iets kunnen begrijpen van grotere verbanden en grotere gehelen . Denk aan de kwantumfysica (met het atoom en vooral nog kleinere delen), denk aan religieuze aanmoedigingen als: wie zichzelf kent heeft inzicht verworven over de grond van alle dingen…
Een Hollandse (foto-)journalist (Van Westerloo) die ons land vaak bezoekt en daarover reportages maakt heeft op Internet na de verschijning van mijn trilogie haast terloops opgemerkt, dat de romans ‘verschillende stijlen van leven in Suriname uitbeelden'. Hij zit met een dergelijk opvatting op het juiste spoor.
Door soms in detail te beschrijven, hoe de personages hun bestaan vorm geven en welke keuzen ze daarbij kunnen maken en daadwerkelijk maken, geeft de roman zicht op de aard van de Surinaamse samenleving namelijk: hoe koloniaal, hoe postkoloniaal en/of hoe modern de sociale en materiele realiteit zijn. En uiteraard vraagt een grondig begrijpen van de romans van een lezer wat specifieke kennis over bij voorbeeld de kenmerken van de moderniteit, van de moderne mens enzovoort.

 

DE INHOUD

In een klassieke (literaire) roman zijn de 25 beginpagina's cruciaal. Net zoals een foetus van 25 dagen oud compleet mens is, horen de eerste 25 pagina's het complete DNA van de roman te bevatten: closereading zou duidelijkheid moeten verschaffen over de hoofd- en subthema's plus informatief moeten zijn m.b.t. logistiek & infrastructuur van het idee van de auteur. Daarom zijn beginzinnen zo belangrijk. En daarom ook kunnen die pas worden ‘uitgeschreven' als de auteur volledig helder heeft waar de roman over gaat. Ik bedoel: door welk idee de roman wordt voortgedreven. Of: vanuit welk idee de roman wordt geschreven.
Ik houd van weldoordachte romans en essayistisch werk, omdat de auteur verplicht is zich daarvoor mentaal compleet te geven. Als een renner die op de Olympische Spelen de koningsloop van 100 meter wil winnen. Ja, graag vergelijk ik het schrijven aan/van een compacte-consistente-hooggekwali-ficeerde-kennisroman met een gelauwerde prestatie in de topsport.
Toch heb ik het mijn lezers niet moeilijk gemaakt, wat de inhoud betreft. De mogelijkheid om geëngageerd te raken met centrale personages in de romans is ruimschoots aanwezig: voor jongeren een puber; voor ouderen/bejaarden een oudere vrouw; voor alle anderen: een jong echtpaar/jonge geliefden. Al de personages leven in een tijdperk waarin de koloniale geschiedenis haar einde zoekt en vindt. De republiek Suriname begint noodgedwongen haar eigen waarheid te leven op 25 november 1975. Meer dan ooit tekenen zich de subculturele belangen af. De multi-etnische samenleving perst zich uit het gouden ei van de post-kolonialiteit en brengt haar eigen kiemcellen tot bestaan in een nieuwe vrije ruimte. Nederland, Amerika, Het Caribische gebied kregen te maken met een nieuw-soort Surinaams-mens: de soort die bereid was zijn/haar Surinaamse identiteit publiekelijk ter discussie te stellen. Suriname, het land van de recente voorouders was immers een landingsplaats, een haven misschien wel slechts een springplank naar elders. Het was een nieuw standpunt. De volwassen generatie van 1975 was vrij om ‘opnieuw te kiezen'. Onhoudbaar waren de demografische verschuivingen. Dramatisch de taferelen. Politici in Suriname en Nederland waren radeloos. In de jaren tachtig en 82 werden bruusk en relatief onverwacht de rest-structuren weggeslagen. Weggeschoten. En nog steeds valt het alleszins te betreuren, dat daarbij brutale moorden zijn gepleegd.

Voor moorden zal never-nooit een rationele rechtvaardiging kunnen worden gevonden. (Voor alles is een emotionele rechtvaardiging te vinden maar emoties zijn compleet egocentrisch en uiterst onbetrouwbare raadgevers!). Bij dergelijke onomkeerbare excessen als moorden lijken zelfs welgemeende verontschuldigingen en transparante strafrechtelijke procedures misplaatst. Een moord is onomkeerbaar ontoelaatbaar en slecht. Het zelfbeschikkingsrecht van ongeboren en geboren menselijk leven staat sinds de achttiende eeuw niet meer ter discussie. In beschaafde landen mogen zelfs medici geen enkel soort leven beëindigen, en strafrechters mogen niet de doodstraf uitspreken.
Nu hoort u uit mijn eigen mond en op ons erfrechtelijk grondgebied mijn waardevaste overtuiging. Toch is het bewust ombrengen van mensen en andere levende wezens met bewustzijn diep geworteld niet alleen in de geschiedenis van de totale mensheid maar zelfs in noties van vele godsdiensten. En de realiteit van het dagelijkse leven confronteert ons onophoudelijk met het feit, dat elke mens over de potentie beschikt zelfs een geliefde soortgenoot te doden. En waarom zou ik over het hoofd zien het feit, dat overheden overal ter wereld duizenden personen trainen om soortgenoten af te maken ‘onder bepaalde omstandigheden'…
De draagwijdte van deze beangstigende feiten brengt o.a. KUNST en uiteraard ook kunstenaars voort. Met deze kennis in gedachten, ben ik, als was zij een scanapparaat, de actuele tijd te lijf gegaan. Want geweld (moord is een uiterste en meest uitgeproken vorm van geweld) heeft onnoemelijk veel uitingsvormen. Kortom: hoe gewelddadig is onze samenleving in haar structuren, haar subculturen, haar relaties en in haar geleefde werkelijkheid ? Welke mens- en wereldbeelden voorzien ons, dus u en mij, van hanteerbare waarden & normen in onze verhouding/omgang met de dagelijkse werkelijkheid en met andere mensen (en andere levende wezens als dieren) in ons bestaan? Het zijn grote vragen inderdaad, die mijn trilogie een bewustzijn geven en die verwijzen naar ‘grote thema's' en: het zal afhangen van de verbeeldingskracht en het intellectuele vermogen van een auteur om er kleine thema's en kleine verhalen van te maken en aldus de menselijke maat te vinden, welke een roman vereist. Literatuur is immers de wetenschap van het meest persoonlijke!

De rest-structuren

 

Het gezag van de koloniale rest-structuren (het christendom, de Nederlandse taal, de rechtsorde, het administratieve/of ambtelijke instituut, onze desinteresse voor onze geografische regio, onze haast onbeheersbare oriëntatie op Nederland) wordt in de romans meerdimensionaal gepersonifieerd (gearticuleerd) door verschillende personages en in diverse gebeurtenissen en verhaallijnen. Maar in mijn romans gaat het niet om het propageren en/of profileren van genoemd gezag maar om het ‘losschroeven' van de bestaande resten. Los-schroeven van dat wat ooit het koloniale gezag was. In die zin zijn mijn boeken de-koloniserend. (en niet zoals De Ware Tijd hopelijk per ongeluk in haar berichtgeving van maandag 19 maart vermeldde ‘koloniserend').
Wat bedoel ik precis met het ‘los-schroeven van koloniale rest-structuren'?
Aangezien er meer neerlandici in de zaal zijn dan ik gewend ben, begin ik met de Nederlandse taal.
In de hele trilogie, dus in elke roman afzonderlijk, doet een personage een poging om d.m.v. dialoog ‘de waarheid en niets dan de waarheid' helder te krijgen. Steeds faalt de taal. En niet omdat de potenties, die de Nederlandse taal biedt onvoldoende zijn, maar meer omdat onze voertaal het voertuig was van koloniaal geweld. Het eerste conflict in de trilogie is het conflict van Onno met zijn taaldocente. Ook het grote conflict met zijn moeder (denk aan moedertaal) gaat over taalgebruik. Beide vrouwen leven een leven, welke zij niet waarachtig (kunnen) articuleren. Beide vrouwen beschikken niet over een authentieke niet-westerse moedertaal. Onno besluit te zwijgen. Onno wordt doof. De hoofdpersoon in Gewaagd Leven sluit zich af voor de (Nederlandse) taal. Hij gaat wis- en natuurkunde studeren. Een mathematische wereldtaal welke volgens hem meer waarheid over zijn bestaan zal opleveren.
De mannen in mijn romans spreken onder elkaar liefs de lingua franca . Drukken zij zich in het Nederlands uit, dan is hun taalgebruik bijbels geladen of in de orde van een politiek- en/of wakaman jargon.Vooral zendeling Mus verdwijnt in zijn christelijke spreekwoordelijkheid. Een verschijnsel dat nog steeds eigen is aan de wijze, waarop veel christelijke creolen hun waarheid camoufleren/articuleren. In roman 2 en 3 eigenen de Paraman Herman en de uit een marronvrouw geboren stiefvader van de hoofdpersoon Pedrick, zich het Nederlands toe door haar structuur los-te-schroeven en de onderdelen toe te passen op/te gebruiken voor een nieuwe authentieke situatie. Het klinkt anders maar het is correct.
Een vraag: kan een Surinaamse natuurgenezer zijn/haar handelingen in het Nederlands verrichten? De vraag heb ik aan diverse bonu-sma gesteld en het antwoord was een onverbiddelijk: nee. Etnisch-gerelateerde handelingen van ‘spirituele aard' wijzen de taal van de kolonisator af. Vraag het gerust ook aan de voormannen van bij voorbeeld de moslim- en hindoe-gemeenschappen. Toch vindt de toe-eigening steeds meer plaats. En sinds het Surinaams-Nederlands door de Nederlandse Taalunie erkend is als officiële voertaal van Suriname is de toe-eigening vrij gegeven.
Los-schroeven en toe-eigenen voor het articuleren van authenticiteit is een verschijnsel, een instrument dat een samenleving vernieuwt, moderniseert en autoriseert . Een anekdote doet de ronde, dat mijn romans niet de AKO literatuurprijs haalden omdat veel juryleden zich stoorden aan mijn taalgebruik. Ik liep weliswaar steeds 100.000 gulden mis maar ik had toch gewonnen, want: mijn taalgebruik functioneerde niet als een maatkostuum voor westerlingen m.n. Hollanders maar dwong hen te accepteren, dat er een nog een andere taalwerkelijkheid bestaat in ‘goed Nederlands': de Surinaamse!

Het christendom heb ik als rest-structuur behoorlijk ontmanteld. Niet inhoudelijk, ik ben immers geen theoloog en respecteer ieders waarden/normen, maar als gezagsstructuur van de waarheid en als verlengstuk c.q. agent van het koloniale gezag. Zendingspredikant Mus, de buitenechtelijke zoon van een buruman en een malata-vrouw, leeft op de ‘losse schroeven' van dat gezag. Hij vindt (evenals vele van zijn generatiegenoten) met zijn eigen bestaan nauwelijks aansluiting bij het mensbeeld van de religie die hij vertegenwoordigt. Zodra het christelijke geloof wordt uitgedragen door autochtone mannen wordt het duidelijker dan ooit dat het middel is en geen doel . Helingsmiddel, troostmiddel, genotsmiddel, statussymbool. Vooral voor vrouwen. En het feit dat onze landgenoten hun heil graag zoeken in evangelisatiebewegingen geeft aan, dat ook het christendom door sranansma is los-geschroefd en wordt toegeëigend.
In het laatste deel van mijn trilogie Was Getekend is de christelijke wereldbeschouwing compleet uit beeld. De karakters ontrekken hun normen en waarden aan hun ervaringen: het geleefde leven. Zelfs de Hollandse adoptiemoeder van Ilya heeft de christelijke autoriteit afgeworpen.
Het afwerpen van het christelijke geloof als gezagsinstituut en machtsmiddel is een onmiskenbaar kenmerk van de moderniteit. Individuen en groepen zoeken op eigen gezag een relatie met het christelijke erfgoed. MM personifieert het, de vader van Cora verwoordt het en de mannen in roman 3 leven het, maar weigeren het te benoemen. In het bestaan van mijn min of meer creoolse personages druppelen andere wereldbeschouwingen binnen: het hindoeïsme, de islam, het judaïsme, de winti, het boeddhisme. En niet langer als exotische jaarkalenders en/of heerlijke gerechten en alternatieve geneeswijzen, maar als nieuwe/andere wijzen van bestaan van denken en geloven. Suriname is geen christelijk land meer, maar wordt bevolkt door o.a. verschillende religieuze gemeenschappen. Suriname leeft de moderniteit! Ik heb nog enkele andere rest-structuren genoemd die ik wegens tijdbeperking niet nader uitwerk. Wie de trilogie leest, hopelijk herleest komt ze tegen.

Ik herhaal en vat samen : de actuele geschiedenis in de trilogie is echt niet van buitenaardse orde maar is gemodelleerd naar de ervaarbare orde van elke dag. De niet-herinnerbare tijd (het verre verleden) sluit zich als een soort atmosfeer rond de totale samenleving, inclusief de inheemsen, en oefent tegen de zwaartekracht van de postkolonialiteit in, een onweerstaanbare zuigkracht uit: Suriname breekt open! Surinamers barsten los uit de cocon van hun verre en recente verleden. De romans spelen zich af in de meest hectische tijd die wij ons kunnen herinneren. Koloniale structuren liggen los-geschroefd, de onderdelen liggen overal verspreid. En niet alleen in creoolsetnische gemeenschappen. Ook in het milieu van de andere etniciteiten raken familieverbanden ontkoppeld, verscheurd en daarmee ook rest-structuren van hoe kapitaalmacht en intellectuele macht etnisch leken geordend. De moderne intellectualiteit brengt nieuwe inzichten voort, nieuwe verhoudingen en meer authentieke vormen van ‘nationale belangenbehartiging'. (Het beeld van de groenhartboom in bloei).
Maar ook de centrale macht d.w.z. de parlementaire democratie was toe aan toe-eigening en los-schroeven. Het lag in de rede. En inderdaad: de partijpolitieke orde werd wanorde en militaire anarchie.
Maar wat betekenen deze generalisaties voor de kleinste eenheden die een leefgemeenschap, een samenleving, het Surinaamse volk vormen? Om dat te weten zijn grote en vergaande keuzes die personen maken van belang.
Wat mijn trilogie betreft: Onno Mus vertrekt naar Europa om tegen de directe belangen van zijn land in ruimtevaart te gaan studeren. Cora, de bejaarde huishoudster vliegt naar haar vroegere werkgevers een Nederlands/Surinaams echtpaar in de V.S. om het te confronteren met criminele feiten. Ilya, de identiteitloze in termen van bloedverwantschap, kiest onvoorwaardelijk voor een bestaan in zijn geboorteland.

 

Een visie met betrekking tot ons verleden

In mijn drie boeken zijn de hoofdpersonages de zogenoemde trauma's van hun etnisch-verleden (en die in hun persoonlijk bestaan) te boven gekomen. En per roman wordt beschreven hoe. Daarom alleen al is mijn trilogie een constructieve tekst voor jonge mensen. Een intens confronterende maar ook helende en troostrijke leeservaring voor (Surinaamse) volwassenen.
Djinti en Lisibeti hebben, naar mijn gevoel, voor u vertolkt de lange en moeizame weg die wij genetisch en cultureel reeds hebben afgelegd. Elke etnische leefgemeenschap in Suriname op eigen wijze.
Alle etniciteiten die samen ons volk vormen hebben onder traumatiserende omstandigheden moeten leven. Wij hebben de trauma's overleefd. Altijd weer hebben onze voorouders strategieën bedacht en uitgeprobeerd om zich zo gunstig mogelijk staande te houden. Hoe beroerd sommige strategieën vanuit ons hedendaags perspectief lijken (het concubinaat, moedergezinnen, huwelijken tussen te jonge mensen; afgedwongen, dus niet gearrangeerde, huwelijken enzovoort): de voorouderlijke strategieën hebben gewerkt. Daarom zijn wij er nog! Om met de muzikanten parafraserend te zingen: gegroet, de weg is lang ( geweest) en onze voeten doen zo zeer maar wij zijn nog steeds gaande!

Wij leven op een barre planeet. Ook al merken wij dat niet direct en niet dagelijks en soms in een heel mensenleven niet in ons eigen privé-bestaan. Onze omstandigheden zijn altijd min of meer ‘levensgevaarlijk'. In de details d.w.z. via ‘kleine verhaalthema's' komt die eigenaardigheid van het menselijke bestaan aan de orde. Altijd weer moet het individu de juiste keuzes maken om zijn/haar overlevingskansen te stabiliseren, te vergroten en eventueel te consolideren voor het nageslacht. Onze voorouders waren inderdaad slachtoffers van een bepaalde tijdgeest, van een bepaalde rechtsorde en van een bepaalde moraal. Maar ze hebben zich briljant geweerd. Over 200 jaar (8 generaties na nu) zal zoiets ook over ons worden gemeld! En ook dat wij wakkere en intelligente overlevers zijn geweest.

De Liefde

Ik ben beland bij het laatste en meest bloeddoorlopen thema van mijn trilogie. De liefde. Op het IOL zeiden enkele jonge Neerlandici-in-de-dop tegen mij dat DE LIEFDE volgens hen het belangrijkste thema is van de trilogie. Ik was verrast. Ontroerd. Deze jongelui hebben gevonden, dacht ik, datgene wat als een kloppend hart de personages overeind houdt en gaande. Door boekbesprekers zijn mijn boeken gecategoriseerd als te zijn: ontwikkelingsromans, geëngageerde romans, literair en politiek zelfs postmodernistisch, maar niet een bespreker heeft de drie boeken dieper kunnen duiden. Mijn jonge landgenoten hebben volkomen gelijk: inderdaad zijn het liefdesromans. In Gewaagd Leven('96) passeert een traditioneel creools-Surinaams huwelijk de revue. Met pijn en moeite en met eigen antwoorden op huwelijkse problemen houden de echtelieden zich overeind. Onno begrijpt helemaal niets van de paradoxen die hij waarneemt tussen zijn ouders. Hij trekt daaruit de juiste conclusie: liefde is een ding dat je zelf moet ervaren om erover te kunnen spreken, denken, oordelen. In Lijken op Liefde('97) blijft een kalm en liefdevol huwelijk bestaan ondanks het feit, dat de beide echtelieden gedwongen door de nood van anderen (abortuspraktijken, het stiekem afleggen van een slachtoffer van moord) letterlijk en figuurlijk ‘vuile handen' hebben gemaakt; zij zijn bereid elkaar ‘in de geschonden staat' die het licht van de waarheid laat zien opnieuw te accepteren. En in WasGetekend ('98) raakt de hoofdpersoon door zijn onvoorwaardelijke commitment aan zijn geboorteland Suriname alles wat hem dierbaar is (aan Holland) kwijt: behalve zijn vermogen om lief te hebben!
De trilogie eindigt in het derde boek met het vuur van het vliegtuigongeluk. Het is mijn manier om de slachtoffers van juist die ramp (sterven in het heen en weer van Suriname en Nederland) te gedenken. Mijn manier om uit te drukken, dat wij voortdurend een ‘gewaagd-leven' leiden, dat er voor ieder van ons altijd ‘lijken op liefde' zullen zijn en dat wij allen als door het verleden ‘getekende wezens' altijd weer onze weg naar nog verder en weer anders zullen blijven vinden, zoekend naar overlevingsruimte en betere overlevingskansen in Suriname en daarbuiten!

Horen-Zien-Zwijgen of Hoe Suriname de Moderniteit inschiet!  

Mijn favoriete filosoof Derrida (hij leeft helaas niet meer) heeft ooit opgemerkt tijdens een televisie-interview, dat hij veel ervaring heeft met partijpolitiek geweld: Algerije het land van zijn geboorte/zijn leven lag voortdurend onder vuur. Hij zei te hebben gemerkt, dat uitbarstingen van bloedig geweld iets merkwaardigs te weeg brengen – als je goed kijkt en geduldig kunt zijn: een diepe reflectie op menselijke waarden, een diep nadenken over wat menselijkheid & menswaardigheid zouden kunnen betekenen. En, als je stad kapot is geschoten, zei hij, dan krijgt de actieve generatie de kans om een nieuwe eigentijdse stad te bouwen. Derrida is de filosoof van de deconstructie.
Beste mensen: met mijn statement bedoel ik te zeggen, wat creolen vol wijsheid roepen 'wan ogri e tya wan bun', dat de veerkracht van de mens in het algemeen en de Surinaamse mens in het bijzonder zo groot is, dat zij/hij opveert uit de weerzinwekkende excessen (ook die van vrij recent) en wel zo, dat zij, ik bedoel u en ik, meteen van de gelegenheid gebruik maakt om naar ‘beter te bewegen'!

TOT SLOT

Mijn trilogie is een onderzoek geweest naar geweld en gewelddadige structuren in mijn eigen samenleving. Geweld is geneigd zich in een kettingreactie voort te bewegen. Klein geweld kan uitgroeien tot groot en onhanteerbaar geweld. Vooral als we niet opletten.
Op 20 maart j.l.bracht de nieuwsdienst in Paramaribo mij informatie over geweld dat kinderen ondergaan. Fysiek geweld (o.a. seksueel geweld, lijfstraffen) en mentaal geweld (o.a. uitsluiting, armoede/gebrek). Meestal zijn het (intieme) naasten/landgenoten die dat geweld uitoefenen. Op 21 maart ging het over geweld gerelateerd aan niet-veranderbare kenmerken als huidkleur, geslacht, sociale afkomst, ongeneeslijke ziekten enzovoort. Weer zijn het vooral personen dichtbij die discriminerende acties uitvoeren. Op 8 maart ging het over geweld tegen vrouwen en hun kinderen. Huiselijk geweld. Intiemer kan niet. Maanden geleden, ik was hier niet zo lang nog, werd ik opgeschrikt door bruut geweld tegen de meest kwetsbaren in onze stad: de moordenreeks op zwervers en daklozen! En, wie durft er te spreken over andere vormen van geweld bij voorbeeld tegen ouderen in tehuizen, behoeftige mensen in ziekeninrichtingen, kinderen in allerlei opvanghuizen en: vormen van geweld die misschien nog nooit gearticuleerd zijn bij voorbeeld, geweld dat mannen (en jongens) ondergaan op de werkvloer en in het openbare leven…

Het Inktaap project dat mevrouw Sitaldin onlangs weer succesvol afsloot bracht mij in direct contact met jongeren aan middelbare scholen. Zij lazen en discussieerden over topboeken van een recent literair jaar. Ik heb goed naar hen geluisterd. En ik verzoek u nu beter dan ooit naar mij te luisteren.
Onze jongeren willen niet meer voor de mal worden gehouden. Zij hebben geen behoefte meer aan zedenprekers. Zij weten dat wij volwassenen onze best doen maar voortdurend fouten maken. Zij willen weten welke fouten wij maken en hoe dat zover komt. Zij willen literatuur die niets verhult. Zij willen schrijvers die risico's nemen en het lef hebben alle camouflage te verwijderen. Zij willen ervaren terwijl zij onze boeken lezen, dat wat zij intuïtief weten of daadwerkelijk meemaken, ‘structureel deel is van het samenleven'. Van hun samenleving. Ook zij willen naar beter bewegen!
Voor deze jonge volwassenen is het de moeite waard literatuur te produceren met een hoog gehalte aan intellectuele waarheid en emotionele diepgang. Literatuur met een scherp taalgebruik. Literatuur die vernieuwende inzichten produceert.
Ik dank de neerlandici voor het werk dat zij verrichten soms onder moeilijke omstandigheden meestal voor te weinig geld. Ik weet nu zeker, dat ik mijn romans en andere publicaties niet hoef te zien als ‘onbegonnen werk' en als ‘parels voor de zwijnen'.
Ik roep Surinaamse auteurs op (en waar die zich ook mogen bevinden) om nog harder te werken aan een volledige Surinaamse literatuur, die speciale herkenbaarheid biedt met betrekking tot het Surinaamse in het algemeen en het etnisch-culturele in het bijzonder. Literatuur die de wereld ooit zal veroveren door haar doorleefde oriëntatie op het etnisch-culturele erfgoed in het proces van voortdurende aanpassing, verandering en vernieuwing.
Schrijvers van Suriname, wij hebben een direct klankbord: onze eigen jongeren, die het tijdperk van horen-zien-zwijgen voorbij zijn en transparantie eisen. Onze jonge volwassenen zijn jonge intellectuelen die een modern bestaan leiden, niets op gezag aannemen zonder het zelf te onderzoeken en te overdenken. Het zijn wereldburgers met contacten in hoogontwikkelde landen (ook al zijn die contacten soms slechts digitaal). Surinaamse jongeren van allerlei afkomst zijn niet veel anders dan jonge intellectuelen in andere delen van de wereld. Voor al deze wereldburgers, maar vooral voor onze Nederlandstalige jongeren wil ik blijven schrijven en mij daarom blijven ontwikkelen.
Mijn inleiding draag ik op aan Shirley S. Sitaldin. Deze neerlandica heeft mij opgezocht in de anonieme stilte van mijn verblijf in Paramaribo en heeft mij zichtbaar gemaakt voor mijn landgenoten hier. Want boeken en hun auteurs bestaan pas als zij worden opgemerkt. Ik dank doctorandus Sitaldin voor haar ingreep. En ik verzoek u vooral geen auteur/dichter van uw eigen volk ongelezen te laten. Dank Henk Wartes (Warteco) voor het halen van mijn gebundelde trilogie (ROEMERS DRIELING) naar Suriname. Dank ook voor uw aanwezigheid bij mij en voelt u zich vrij mij zo meteen elke vraag te stellen.

Was getekend Astrid H. Roemer
Grote regentijd 2007 Paramaribo/ Hotel Krasnapolsky
(met toestemming van de auteur als voorpublicatie overgenomen uit NIS)

 

 
  TALENT IS TE VORMEN!! Copyright ©, 2006 www.bukutori.org