BOMEN OVER BOMEN

“Zonder plant ga je niet leven”

 

 

Ik ben geschrokken van de opmerking in de intro van een artikel in Kompas, de zaterdag-bijlage van de Ware Tijd, van 13 januari j.l.: “Maar net zoals vee (-) bestaat om geslacht te worden, zo staan bomen in het bos om geoogst te worden.” Daarover wil ik het deze keer hebben: over bomen. “ Een boom opzetten”, “bomen”, een werkwoord dat ik niet meer zo vaak hoor: doorpraten, discussiëren over iets. Wangari Muta Maathai, de milieuactiviste die in 2004 als eerste Afrikaanse vrouw de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, deed laatst in een t.v.-programma de volgende uitspraak: “Elke inwoner van Moeder Aarde heeft in zijn/haar leven zeker 80 bomen nodig alleen al om gezond te kunnen ademen”. Wangari komt uit Kenia en wordt in haar land ook wel de “moeder van de bomen” genoemd. Verschillende bossen heeft ze in haar land met haar acties gered van de ondergang, soms met gevaar voor eigen leven. Als oprichter en lange tijd voorzitter van de Green Belt Movement, stimuleerde ze Keniaanse vrouwen, maar ook vele vrouwen in omliggende landen, tot het planten van miljoenen bomen. Door ontbossing en de daardoor ontstane erosie, het opdrogen van kreken en rivieren en woestijnvorming zijn grote delen van Kenia onvruchtbaar geworden en moeten vrouwen vaak uren lopen om water en brandhout te vinden. De filosofie van Wangari is een holistische: alles hangt samen: opkomen voor milieurechten houdt tegelijk in opkomen voor mensenrechten, vrouwenrechten, kinderrechten, en dat leidt volgens haar in een heilzame combinatie tot vrede in de wereld. De kale, dode bomen in het Brokopondo stuwmeer vertellen ook een verhaal, een verhaal van verdriet, ontheemding, transmigratie. Twee grote Saramaccaners, veldbotanicus Frits van Troon en schrijver/dichter Dorus Vrede, hebben er hun mening over, elk vanuit z'n eigen gezichtshoek, maar allebei met een grote liefde voor cultuur en natuur, net als hun zuster in Kenia. Rijke stinkerds (letterlijk), grootvervuilers in Europa en Noord-Amerika, hebben nu bedacht dat ze binnen niet al te lange tijd voor elke ademtocht gaan betalen. Zuurstof wordt schaars. Hoe meer bomen er wereldwijd gekapt worden, hoe minder zuurstof er wordt geproduceerd. Als wij hier in bosrijk Sranan onze bossen laten staan, kunnen we daar geld mee verdienen. Het lijkt wel of werkelijkkheid is geworden wat het indiaanse opperhoofd Seattle al in 1845 in zijn beroemd geworden toespraak: Hoe kun je de lucht bezitten? aan de toenmalige president van de V.S. zei: "De aarde behoort niet aan de mens. De mens behoort aan de aarde......God heeft de aarde lief en beschadigen van de aarde betekent zijn schepper beledigen." Het werkwoord bomen heeft nog een andere betekenis: met een boom voortduwen. Als je geen (buitenboord)motor hebt of hem niet kan gebruiken omdat het water laag is, dan neem je je kulatiki, een lange, stevige, houten stok, om je boot vooruit te duwen. Mensen als Wangari, Dorus en Frits inspireren mij om die kulatiki met hen op te nemen en tegen de sterke stroming van globalisering en de daarmee gepaard gaande neergang van de biodiversiteit op te “bomen”. De manjebomen, de neemboom, de tulpenbomen, de monki-monki-kersi, de kwasibita en de koningspalm, alle bomen op mijn erf in Paramaribo en alle bomen, inclusief de kankantrie en de podosiri op m'n kostgrondje op Boxel, ze bepalen me dagelijks bij de noodzaak om te blijven bomen tot behoud van zoveel mogelijk bomen. Bomen planten zoals Wangari Maathai en opkomen voor natuurbehoud zoals Dorus en Frits is fundamenteel! Want om met de uitspraak van Frits in de onlangs vertoonde documentaire over hem te eindigen: “Zonder plant ga je niet leven!”

 

 

Christine F. Samsom

 




Terug naar Columns Christine

 

 

 
  TALENT IS TE VORMEN!! Copyright ©, 2006 www.bukutori.org