EEN TIJD VAN GAAN
Nederland gaat het weten. De Nederlanders gaan echt hun koloniale geschiedenis leren kennen, vroeg of laat, of ze willen of niet. Sterker nog: het gebeurt al!
Even in Nederland las ik eind augustus bij het ontbijt de zaterdageditie van het dagblad “Trouw”. Ik weet dat dat dagblad, zoals trouwens alle dagbladen, met een extra dik weekendnummer uitkomt. Zo is er in de weekendeditie van Trouw een rubriek van Jaap de Berg waarin allerlei interessante ontwikkelingen in de Nederlandse taal kort en bondig worden besproken. Deze keer, 25 augustus, werd onder de titel “ Het is een tijd van gaan ” een bepaald gebruik van het werkwoord gaan zwaar onder de loep genomen. Al in het begin merk je, dat het een donderpreek gaat worden, dat de heer De Berg niets moet hebben van dat gebruik van het woordje gaan . Hij noemt het een woekering . De schrijver heeft er net zo'n afkeer van als een collega die het de Ziekte van Gaan noemt. Verderop noemt hij het zelfs een besmetting. Waar Jaap De Berg zich zo boos over maakt, is het gebruik van gaan als hulpwerkwoord van de toekomende tijd. Als voorbeeld noemt hij: de Rekenkamer gaat de bedragen checken. Nu zou je denken dat hij blij is met het werk van de Rekenkamer of dat hij dan wel iets zal zeggen van het werkwoord checken (“bah, al die Engelse modewoorden”, de Engelse Ziekte?), maar nee, het gaat hem om gaat ! En dan komt de monki-monki uit de mouw. “Eerder valt aan te nemen dat het Surinaamse Nederlands ( ik ga je bellen ) …… van invloed is geweest”, zegt meneer De Berg, en dat is volgens hem te wijten aan het dialect dat autochtone (dus witte) jongeren van allochtonen (dus niet-witten) na-apen. Je hoort gewoon de tyuri tussen zijn woorden, als hij het kon: een tyuri maken.
Juist ja, ons eigen Surinaams Nederlands is tot grote ergernis van meneer De Berg verantwoordelijk voor deze “woekering”. Wat een Syèine voor die taalpuriteinen! Heerlijk vond ik het, ik werd helemaal trots op onze variant op het deftige Nederlands van Nederland en op al die 250.000 Srananman in Bakrakondre. Ik zette de krant haastig op tafel, at snel m'n brood met toespijs , trok m'n pata aan, boorde vliegensvlug het huis uit, de straat op en riep triomfantelijk aan een ieder die het maar wilde horen: “Meneer De Berg moet zich nog veel meer gaan ergeren. Laat met Jaap de Berg elke Nederlander weten dat het gebruik van het werkwoord gaan als hulpwerkwoord van de toekomende tijd regelrecht te maken heeft met die koloniale tijd. We gaan jullie-daar zwepen met ons eigen Surinaams-Nederlands”!
Christine Werners-Samsom
Terug naar Columns C. Werners-Samsom