Guillaume Pool


Lingua franca


Ik ben een door de taal verscheurde mens.

Mijn oma Doodo, die geboren werd in de tweede helft van negentiende eeuw, had een kroeskapsel, droeg alleen koto, liep op blote voeten, droeg een panyi onder de koto en nooit een onderbroek, had altijd een baki op het hoofd, een stukje pruimsigaar in de mond en ze sprak geen woord Nederlands. Ze haatte die taal, want ik kreeg allerlei verwensingen als ik mij vergiste in haar bijzijn. Ze stuurde mij vaak genoeg om de mond te wassen, als reinigingsritueel. Ze kon lezen noch schrijven, maar dat was toen geen probleem, omdat het Negerengels geen schrijftaal was. Het was juist in de tijd, dat ik gedwongen werd, als enige kleinzoon, en leerling van de Dr.H.D.Benjaminschool, uitsluitend de Nederlandse taal te spreken. Bij Doodo Sranantongo en op school Nederlands. Owma dreigde mij in ‘Rijpere Jeugd’ te stoppen; het instituut voor bengels en hun beulen. In dat spanningsveld heb ik Sranantongo en het Nederlands leren spreken. Later zou ik ontdekken, dat de woorden die owma gebruikte in haar tijd al in onbruik waren geraakt. Zij kon me alles zeggen en uitleggen zonder een vreemd woord te moeten gebruiken. Ik ben haar dankbaar voor dat stukje slavernij. Die liefde voor de taal heb ik gekoesterd. Toen er in 1962 een woordenlijst werd uitgegeven was ik trots, omdat ik meer wist dan dat boek, waarin de eerste pogingen werden ondernomen, om de spelling van het Sranan te standaardiseren. Ik had nu een wapen tegen de taalluiheid. De tijd van de taalsmoezen was definitief voorbij. Met veel belangstelling bleef ik de taalgeleerden volgen, die allen het Sranan een definitieve grammatica wilden geven. Ik heb alle pogingen in mijn bibliotheek verzameld. De Sranan Akademia veroverde, plotseling, een opdracht van de Surinaamse regering en in 1986, was het zo ver, want de officieel spelling was klaar. Zover kwam het niet, want het etnische politiekbedrijf in Suriname weigerde de Officieel Spelling af te kondigen en de taalluilakken konden blijven beweren, dat iedere gebruiker van de taal vrij was eigen grammaticale regels vast te stellen. Teleurgesteld ben ik wel, wanneer de Surinaamse regering informatie naar de burgers in een soort koeterwaals opstelt. Kunstenaars en andere argelozen die de taal voor hun plezier durven te kwetsen, wil ik graag vergeven. De Surinaamse overheid gaat bij mij, zonder genade, over de knie. Bij de laatste volkstelling en de laatste verkiezingen heeft de overheid een soort wakaman Sranantongo gebuikt als voorlichting en ter aanmoediging. We kennen intussen het resultaat. In Suriname wonen ten minste twee kenners van het Sranantongo. Zij vormen het geweten van de taal, schrijven boeken, geven les en houden discussieavonden. Hun taalenergie wordt op meesterlijke wijze geneutraliseerd door ambtenaren en boekenhaters. In een bepaalde periode van de koloniale tijd werd ons verboden om het Sranan te spreken en in deze tijd van de Vrije Republiek wordt ons verboden de taal op een juiste manier te schrijven. Sranantongo is echt een lingua franca.

Guillaume Pool


Terug naar vorige colums (of andere tekst)

 

 
TALENT IS TE VORMEN!! Copyright ©, 2006 www.bukutori.org