Guillaume Pool


Taalliefde of taalluiheid

Dezer dagen kreeg ik van een goede vriend het verwijt dat ik me bezig zou houden met een Sranantongo, die niet meer bestond. Ik zou te ‘diep’ spreken. Het is trouwens niet de eerste keer dat ik met het taalschaamkleed omhangen werd. Na een fikse discussie werd mij te verstaan gegeven, dat ik me de straattaal moet eigen maken of een duik moet nemen in het Sranan van politicus B.en reclameman B. Ik weet het nu, als ik mij in het Sranan wil uitdrukken en ook begrepen wil worden, dan moet ik Surinaams/Nederlands spreken. Om nog een beetje geloofwaardig over te komen, zou ik ook een paar woorden moeten gebruiken, die een beetje Surinaams klinken. Ik stel vast dat deze formule best handig zou kunnen zijn als euro- Surinamers, srd-Surinamers en Nederlanders op hetzelfde moment bediend moeten worden. Symbiotief taalgebruik is nu het motto.

Maar wacht even.
Als liefhebber van het Sranan, liep ik afgelopen maand tweemaal in een fuik. Bij gelegenheid van een crematie en een begrafenis, liet ik mij twee boekjes in handen drukken. De meeste liederen waren in een soort Sranantongo geschreven, waar zelfs de Lieve Heer moeite mee zou hebben. Bij het zingen werd er driftig gesmokkeld met de uitspraak. Toen ik een opmerking maakte, werd ik bestraffend erop gewezen, dat ik niet mocht spotten met de taal die de ‘domri’ en de ‘leriman’ aan ons hadden geschonken als gerespecteerde tussenpersonen. Zij wisten tenminste met welke taal de nemer van het leven gemolken moest worden. Opmerkelijk was, dat sommige liederen wel een poging hadden ondergaan om in in een modern spellingsjasje te worden te verschijnen. Nergens echter was er sprake van een consequente spelling. Ik ging steeds in de fout met uitspraak en betekenis. Een paar voorbeelden: Hupi mi sa go...den engli de nyam prey...zuku feni hem...hem warang kan poeroe joe na verlegi..te deng debride na joe baka, teigi joe foe harki hem...

Nu even terug, om mijn gelijk te halen.
Ik heb de berisingi Srananspelling aan mijn goede vriend voorgehouden en om commentaar gevraagd. Hij waste mijn oren met vele verwijten. Die oude spelling was alleen voor de beri, soms voor de kerkdienst, maar nooit bedoeld voor het gewonen leven. Het was de taal die niet meer bestond, maar noodzakelijk was voor de zalvende plechtigheid. Ik prevelde, enkel hoorbaar voor mijn eigen ziel: “elk moment van het leven heeft in het Sranan zijn eigen taal”.

Ik zit nu voor mijn computer te treuren, om het feit, dat alle Surinamers trots zijn op het Sranan, maar verzorgen, onderhouden, conserveren, ho maar. Waarderen heeft enkel waarde wanneer het gewaardeerde er niet meer is.
Conclusie: laten we massaal het Sranan de nek omdraaien.

 

Guillaume Pool


Terug naar vorige colums (of andere tekst)

 

 
TALENT IS TE VORMEN!! Copyright ©, 2006 www.bukutori.org