Onder de Chinese paraplu

Het is mij meer malen ter ore gekomen, dat een deel van boeken schrijvend Paramaribo zich ongemakkelijk voelt in het koloniale Nederlandse taaljasje. Ook de plat getreden kreet, om zich aan te sluiten bij het Engelsblok, is tot vervelens toe geuit. Er zijn boze tongen, die beweren, dat men het liefst zou kiezen voor de straattaal van de Caricom. Het klinkt immers zo sexy en vlot.
Als vrije geest gun ik elke taalgebruiker het eindeloze plezier om het gras in de tuin van de buurman groener te vinden...
In augustus kwam ik voor de derde keer in China en na mijn bezoek aan de stad Sjanghai, wist ik heel zeker wat ik in deze regels aan Surinaamse schrijvers zou adviseren: “kijk in de richting van China, want China kijkt in jullie richting”.
De keuze voor de officiële taal van China, het Mandarijn, zou ons heel veel voordelen kunnen bieden. We zouden in één keer af zijn van dat eeuwig gekanker tegen de komst van de Nieuwe Chinezen. We zouden ontdekken hoe mooi het is om zoveel mooie eigenschappen te kunnen lenen of verbeteren. We zouden al hun ijver, gedrevenheid, vooruitstrevendheid, creativiteit, cultureelbesef, liefde voor het eigen land, liefde voor de eigen waarde en minder remmende bureaucratie, in een handeling kunnen omhelzen. Bij ons zou dan direct het besef doorbreken, dat we meer kunnen doen met onze potentie, dat we niet al onze bodemschatten hoeven weg te geven als grondstof en dat we niet alles hoeven te kopen in het buitenland, wat we zelf kunnen maken. Ik heb me laten vertellen, dat elke dollar die China binnenkomt bij het wisselkantoor al verveelvoudigd wordt bij het ruiken van de pekingeend.
China beschikt nu over meer van 1.3 miljard mensen, die het Mandarijn horen te spreken, dus zouden we ons, zonder gewetensproblemen, kunnen aansluiten bij die wereldtaal. Als het waar is dat China over 20 jaar de grootste economie is, dan zouden we kunnen meeliften. Als kolonie van China dan, met het Mandarijn als taal en restanten aan grondstoffen als bruidsschat. We zijn dan niet meer het 17de rijkste land, maar langs een omweg, wie weet, het aller rijkste.
Omdat Beijing van Suriname houdt, zouden we nú een keus moeten maken. De taal wordt onze economische springplank. We kunnen Paramaribo Noord vol bouwen. Onze studenten kunnen kiezen om te studeren in China om dan in het hele Caricomgebied en daarbuiten te worden ingezet. Wat zou de bouwkunst er wel bij varen.
De bevolking van Suriname is dan theoretisch gegroeid van 500.000 naar 1 miljard, 300 miljoen, 500 honderdduizend.
Bij elke Chinese winkel op de hoek is ook een boekhandel gevestigd waar drommen leesgierige kinderen elke vrije middag de boeken helpen te beduimelen. We hoeven ons niet meer druk te maken over uitgeverijen. Veilig in handen van de staat en alle verwaarloosde panden zijn keurig in de Chinese verf gezet.
Schrijvers kunnen zich dan bezighouden met datgene, waarvoor ze degelijk opgeleid zijn: het schrijven van vooral mooie kinderboeken. De versnipperde cultuur is veilig onder een duurzame Chinese paraplu en alle foute boeken kunnen op de brandstapel. Nieuwe boeken krijgen vanzelf een gezonde kleur van modern Chinees perspectief.
We zitten nu al op de goede weg, met schrijfster Tie Ning (Tie) als eerste vrouw (2006) op de plek van President van de Chinese Schrijvers associatie en in Suriname vele jaren eerder voorafgegaan door Ismene Krisnadath als mooi voorbeeld. Dat hebben we nu al gemeen, China en Suriname, en dat is niet gering.


Guillaume Pool

Terug naar columns G. Pool

 

 

 
  TALENT IS TE VORMEN!! Copyright ©, 2006 www.bukutori.org