Wij noemen toch geen namen
We kunnen alleen vermoeden hoe het geven van namen aan mensen is begonnen. Waarschijnlijk is het gekomen, doordat men in het begin al wilde
kennen en onderscheiden, wilde benoemen en typeren. De namen die mensen kregen of gaven, moesten ook iets van de dragen zeggen, een kenmerk, een karaktertrek
iets van het uiterlijk of een symbool van verwachting zijn. Heel veel oude culturen hebben nog steeds die traditie. De Chinezen, Indianen, in verschillende
Afrikaanse landen, noem maar op. Je kunt aan de drager met een gerust hart vragen: “Wat betekent jouw naam.” Namen hadden dus een betekenis. Het is jammer
dat een opkomende reus als China ertoe overgegaan is om kinderen in het openbare leven tot een Amerikaans klinkende naam te verplichten.
Toen de wereld in een dorp veranderde, ontstond de cultuur van het na-apen. De Marrons in Suriname bv die een bepaalde persoon aardig of belangrijk vonden,
kaapten diens naam of delen daarvan, en gaven die door aan hun kinderen, gelukkig in hun eigen fonetische kleur. Ik heb het dan over voornamen, want achternamen
kwamen pas later in beeld en daar kan je ook moeilijk van afwijken. Familienamen vormen een dwingende aangelegenheid. Naamgeving scheen of schijnt iets te
maken te hebben met verwachtingen. Hoewel ik me bij bepaalde namen steeds weer afvraag wat de gevers van de dragers hoopten te zien of te krijgen. Het was
vroeger zo heerlijk, omdat je al aan de voornaam kon vaststellen of je in veilige kringen vertoefde. Tegenwoordig herken ik geen mensen meer als Surinamer
wanneer ik alleen naar de namen zou luisteren. Voornamen kennen ook iets van een sociale status, dus verwacht ik bepaalde namen niet in bepaalde wijken en
kringen. Namen kunnen ook vervreemdend werken en kunnen bij kinderen vooral aanleiding geven tot veel pesterijen. Bij het geven van voornamen zouden we ons
meer moeten realiseren, dat de drager een leven lang mee zou moeten zien te overleven. Ik denk aan namen die uit nationalistische overweging geven zijn. Vaak
gaat de dragen ertoe over om een andere naam te kiezen. Soms zijn de gevers ook niet duidelijk, omdat al aan het begin een roepnaam of koosnaam werd verzonnen.
Ik pleit ervoor dat iedereen eenmaal de voornamen zou mogen veranderen, net als dat gebeurt met het kapsel. Een kinderkapsel hoeft toch niet te passen bij een
volwassenen Ik wou dat ik mezelf een voornaam had mogen geven. Ik zou zelf een naam construeren en daar gelukkig mee zijn.
Een voornaam heeft te maken met een sociaal systeem, een stam, een groep, een buurt, een land, de taal en de muziek. De drager moet de naam kunnen ervaren
als een mantra een poort naar de eigen identiteit. Het horen van de voornaam, moet blij en gelukkig maken. Moet uitnodigen tot een vreugdedans.
Het aantal lettergrepen schijnt ook van invloed te zijn. Drie lettergrepen schijnen het mooiste resultaat op te leveren. De a, o of e aan het einde van de
naam,, schijnen het beter te doen als we spreken van muziek in de naam. Bij alle overwegingen die we maken, lijkt het belangrijkste toch te zijn de combinatie
van land en cultuur. De wereld is wel veranderd in een dorp, maar de stammen zijn nog niet opgeheven.
Geef jezelf een naam.
Guillaume Pool
 |
Terug naar columns G. Pool