Paramaribo-noord!
Zeevogels vandaag.
Zomaar in mijn tuin. Ze schenen
niet wit. Ze neigden naar bruin.
Het waren er 2.
Een echt-paar misschien? Of hartsvriendinnen op
doorreis naar Brasil?
Ik was verrukt. Ik rook weer de zee. Ik
hoorde hem ruisen. Jij liep met mij mee. Jij
hield mijn hand vast. - Ik had handschoenen aan - .
Ik blijf van je houden zolang meeuwen
bestaan! Jouw stem klonk diep. Ze vlogen prompt op.
Sneeuwwit en luidruchtig. Driehonderd en tien.
Twee staan nu in mijn tuin. Misschien voor zout
brood. Ze zijn zonovergoten. O, mijn lief! Ga
niet dood!
Paramaribo-noord!
Zeevogels vandaag.
Zomaar in mijn tuin. Ze schenen
niet wit. Ze neigden naar bruin.
Het waren er 2.
Een echt-paar misschien? Of hartsvriendinnen op
droomreis naar Brasil?
Ik was verrukt. Ik rook weer de zee. Ik
hoorde hem ruisen. Jij liep met mij mee. Jij
hield mijn hand vast. - Ik had handschoenen aan - .
Ik blijf van je houden zolang meeuwen
bestaan! Jouw stem klonk diep. Ze vlogen prompt op.
Sneeuwwit en luidruchtig. Driehonderd en tien.
Twee staan nu in mijn tuin. Misschien voor zout
brood. Ze zijn zonovergoten. O, mijn lief! Ga
niet dood!
(2 versies van eenzelfde gedicht)
Astrid H. Roemer
(terug naar de Kunst van Poëzie)