Hilde wilde…. een Nubische prins

 

Lopende door de boekhandel wordt je oog –of je wilt of niet- getrokken naar een opvallende boekenkaft. Op een lilakleurige achtergrond van zand ligt een naakte neger, gefotografeerd vanuit kikkerperspectief, vanuit zijn voeten. Een kaft die zich schuldig maakt aan exotisme. De beeldvorming omtrent de neger vanuit de koloniale periode richt zich vooral op de seksueel actieve, zelfs agressieve man met een goed gebouwd lichaam en onverzadigbare lust. Ligt hij er zo bij? Hij heeft in ieder geval wel wat gerollebold door het zand en geeft de indruk van volkomen uitgeput zijn. De titel wekt ook verwachtingen op: De Nubische prins (door Juan Bonilla, Utrecht: Uitgeverij Siganature, 2006). Zó een wil ik ook wel. Enkele kreten uit het Spaanse blad La Vanguardia zijn vertaald en geciteerd weergegeven: ‘Intelligent, humoristisch, gracieus en origineel.' Dus heb ik het boek gekocht.
De Nubiërs zijn een volk dat vooral leeft langs de Nijl, van Zuid Egypte tot in de Soedan. Het is een opvallend lang volk, donkere mensen met noordelijke gelaatstrekken en haar dat ergens tussen glad en kroes in zweeft. Een volk bekend om haar schoonheid.
De titel van deze roman is dus bewust gekozen, alleen gaat het boek niet over een Nubier. De ik-persoon is de Spaanse premiejager Moises, die in Malaga mannen en vrouwen selecteert op hun schoonheid. Hij kiest ze uit de groepen vluchtelingen die vanuit West- en Noord-Afrika op de stranden van de Middellandse Zee zijn aangespoeld. Soms worden de mannen ingezet bij boks- of vechtwedstrijden, maar deze premiejager levert ze aan een exclusieve seksclub. Het grootste deel van het boek wordt in beslag genomen door de overpeinzingen van deze door en door corrupte Moises. ‘Het was mijn werk om levens te redden. Zo simpel was het. Hoe meer levens ik redde, des te rijker ik werd.' Hij jaagt op de mooiste man, de Nubische prins, en de mooiste vrouw. Als deze beiden verliefd worden op elkaar en weigeren voor de seksclub te werken, ontsnappen ze. Ze duiken onder, ergens in het rijke Europa. De plannen van Moises gaan in rook op.
Omdat ik ook wel een Nubische prins wilde, heb ik me laten verleiden door de kaft. Dat is precies wat de uitgever wilde. Maar ik kwam bedrogen uit. Van de vier aanbevelingskreten op de voorkant, klopte er mijns inziens maar 1: origineel. Dat wil niet zeggen dat er niet vaker over een dergelijk taboeonderwerp is geschreven.
Ellen Ombre heeft in haar bundel ‘Valse Verlangens' (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2000) het verhaal ‘Bandeloze liefde' opgenomen. Hierin prostitueren twee Gambiaanse broers zich aan Hollandse vrouwen, die van het ‘echte Afrika' komen proeven. De jongens worden beloond met elektronica en andere cadeaus en zoet gehouden met beloftes van eeuwige liefde en spoedige terugkeer. De jongens dromen natuurlijk van een ticket naar Europa, maar zoeken uiteindelijk troost in de armen van de volgende witte vrouw.
De combinatie van prostitutie (begaan uit armoede of door onderdrukking) en mensen van een andere etniciteit, geeft een extra spanning in de literatuur. Interraciale verhoudingen zijn sowieso al omringd door mythen en beeldvorming, iedereen heeft er wel een oordeel over.
Ik wilde een Nubische prins? Ik ben gewoon een zeurpiet. Ik heb er al lang een. En hij gaf me een aardig advies: ‘Don't judge the book by it's cover'.

 

HILDE NEUS

 

 

 
  TALENT IS TE VORMEN!! Copyright ©, 2006 www.bukutori.org