Hilde wilde… afschaffing van de grammatica
We leven in een snel veranderende wereld. Ook op het gebied van onderwijs spelen er allerlei bewegingen. Zeker ook bewegingen die te maken hebben met het internet. Zo worden er steeds meer lessen via de computer aangeboden en is er allerlei materiaal ter ondersteuning van leerkrachten te vinden via het ‘world wide web'. Natuurlijk moet je dan wel een computer ter beschikking hebben, en is het daar in Suriname nog niet zo geweldig mee gesteld. Menig docent, sommige zelfs lesgevend op het IOL, hebben geen pc of internetaansluiting thuis. Terwijl je ‘browsen' toch het beste doet in een rustige omgeving, waarin je af en toe maar de keuken kunt wandelen om wat te drinken te halen. Tot mijn grote verbazing las ik op een ‘site' dat Frans Guyana een gebruikersdichtheid heeft van 20,5% van de bevolking met een groei van 2000% over de afgelopen zeven jaren. Met Guyana is het ook niet gek gesteld: een gebruikersaantal van 18,1 en een groei van maar liefst 5.233%. Suriname steekt daar maar bleekjes bij af. Het aantal gebruikers bedraagt maar 6,3% en de groei –zeer opmerkelijk- is maar 173,5%! Het zou wel interessant zijn om uit te zoeken hoe betrouwbaar deze cijfers zijn en hoe deze verschillen tot stand zijn gekomen (http://internetworldstats.com). Dit even als inleiding op het afschaffen van de grammatica. Internet is belangrijk om op de hoogte te blijven, vooral via speciale netwerken. Voor docenten Nederlands is dat: http://digischool.kennisnet.nl/community_ne . Op deze site kun je je inschrijven, dan ontvang je alle berichten van collega's. Van open vacatures tot en met vragen over grammatica. En een van de laatste heeft het afgelopen jaar de gemoederen op de site het meest beziggehouden. Het begon op 11 december 2006 met de vraag: ‘Beste leden, hoe ontleed je de zin: Mijn vader is aan het koken.?'
Nou, dat bleek nog niet zo simpel. De eerste reactie luidde als volgt: naamwoordelijk gezegde: is aan het koken. Werkwoordelijk deel: is, en naamwoordelijk deel: aan het koken.
Je zou denken dat daarmee de kous af was. Want de Taalprof, te oordelen naar de titel absoluut een expert, was het daar resoluut mee eens. (De taalprof heeft trouwens zelf een bekroonde website: http://taalprof.web-log.nl/taalprof/2006/03/wie_is_die_taal.html).
Maar volgens de methode Paardekoper is ‘aan het koken' een werkwoordelijke rest oftewel deel van het werkwoordelijk gezegde. En Paardekooper is ook een autoriteit, zoals we allemaal behoren te weten.
En alsof dat nog niet voldoende was, kwam er een reactie uit Phnom Penh: ‘Toevallig net behandeld met brugklas 2: onderwerp is: mijn vader. Persoonsvorm is: is. Voorzetselvoorwerp: aan het koken.' Dit drietal aan verschillende reacties bood genoeg stof om over dit onderwerp een jaar lang via internet te blijven discussiëren. De meningen bleven verdeeld.
Natuurlijk is grammatica belangrijk om inzicht te krijgen in de structuur van een taal. Vooral bij vergelijkend onderzoek tussen twee verschillende talen zijn de boomstructuren op zinsniveau van belang. Maar je kunt je in arren moede afvragen waarom leerlingen van de lagere school allerlei grammaticale ontledingsregels moeten kennen. Het valt namelijk op dat ze die na enkele jaren toch weer zijn vergeten. Je blijft proberen om het erin te pompen, maar dat blijkt elke keer weer een vergeefse moeite. Zeker kinderen met een andere –dan Nederlandse- moedertaal, en dus vaak een geheel andere zinsstructuur, breken hun tanden op de grammaticaregels. Afschaffen dan maar? Misschien niet. Maar ik denk dat we in ieder geval wel naar methoden moeten zoeken om grammatica op de lagere school (en in het vervolgonderwijs) op een speelsere manier aan te bieden, waardoor het begrijpelijker wordt en dus ook beter blijft hangen.
Wellicht denkt u: een futiliteit. Onderschat het niet: zelfs op het IOL bij de sectie Nederlands waren er studenten die afhaakten op grammatica. Want het was wel een vak waarvoor je eerst een voldoende moest halen, om de opleiding te kunnen vervolgen!
HILDE NEUS
Naar boven