Zij zette het land ‘heet en vochtig' op de kaart
Over Maria Sibylla Merian
Joost Minnaard
In 2001 had ik voor de toenmalige Weekkrant Suriname een interview met de Nederlandse schrijfster Inez van Dullemen, n.a.v. haar roman Maria Sibylla Een ongebruikelijke passie (2001) Voor mij was het de kennismaking met de persoon / kunstenares die ik al wel kende van een enkele afbeelding. Ook een vorm van herkenning dus, en zo zal het wel bij vele anderen ook zijn. In Amsterdam is een prachtige tentoonstelling te zien over haar persoon en werk.
Literatuur
Wat bracht Inez van Dullemen tot het schrijven van haar roman? ‘Ik zag een vrouw voor me met als het ware een samengebalde kracht, die [haar ervaringen in het leven ] heeft weten op te zouten om vanuit Amsterdam in de zeventiende eeuw waar natuurlijk van alles en nog wat te zien was, exotica, de vreemde geuren van specerijen, rariteitenkabinetten etc. haar droom probeerde te verwezenlijken. Ze was voor mij allesbehalve een lieve sentimentele vrouw.' ( Weekkrant Suriname 27 december 2001)
Maria Sibylla Merian heeft slechts korte tijd in Suriname verbleven, maar de faam van deze ‘botanicus-tekenares uit de zeventiende eeuw' zou er niet minder om worden. ( Noordoostpassanten 400 jaar Nederlandse verhaalkunst over Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba . P. 694) Integendeel!
Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur geeft het volgende over deze ‘passant' aan: ‘Maria Sibylla Merian bleef van 1699 tot 1701 in het land en zou in 1705 har schitterende Metamorphosis insectorum Surinamensium ofte Veranderinging der Surinaamsche insecten uitbrengen in het Latijn en het Nederlands. Later verschenen ook edities in andere talen, topstukken uit de teken- en graveerkunst van haar epoque en nog altijd behorend tot de kostbaarste boeken die ooit op de markt zijn gekomen. De uitzonderlijke persoonlijkheid van Merian zou herhaaldelijk tot belletristische verbeelding aanleiding geven.'( p. 224)
Tentoonstelling met voorbeeldige catalogus
Op een tentoonstelling in het Rembrandthuis in Amsterdam is werk van Maria Sibylla Merian (1647 – 1717) en haar dochters te zien. Ella Reitsma, de conservator, schreef een voorbeeldige catalogus met als titel Maria Sibylla Merian & Dochters. Vrouwenlevens tussen kunst en wetenschap . Onder de naam van Ella Snoep schreef zij een informatief jeugdboek: Vlinders vangen in de tropen.
De catalogus is zoals de schrijfster terecht aan geeft ‘zowel een kijk- als een leesboek' waarin zij haar bedoelingen uitlegt: ‘Een boek schrijven over niet alleen de moeder maar ook over de dochters. Wat was hun artistieke aandeel in het bedrijf Maria Sibylla Merian & Dochters? Een boek dat een doorlopend verhaal biedt, waarin leven en werk met elkaar worden verbonden, gericht op de geïnteresseerde leek en de specialist.
Tussen kunstjournalistiek en wetenschap in.' (p. 13)
Het is een waar genoegen in dit boek te bladeren, te kijken en te lezen. Om verschillende redenen. Allereerst de opbouw die de lezer de indruk geeft een chronologisch geordende biografie te lezen. Let in dit verband eens op het begin van het boek: ‘het begon al bijzonder. Toen de moeder van Maria Sibylla zwanger raakte, werd ze overvallen door een onbeheersbare nieuwsgierigheid naar kunst en rariteiten. Voor haar zwangerschap had ze daar nooit enige ‘last' van gehad.' Het boek eindigt na een ‘geleerde brompot' te hebben geciteerd die enige jaren na de dood van Maria Sibylla afgeeft op haar werk, met een lovende samenvatting: ‘Deze geleerde brompot bleef thuis, ging het Surinaamse bos niet in en wist ook niet hoe ongelooflijk moeilijk het is om zoveel insecten in zo'n korte tijd, onder zware tropische omstandigheden te verzamelen. Dan hebben we het nog niet eens over het kweken van de rupsen en het volgen van de metamorfosen. Alle honderden insecten in de Rupsenboeken zijn op een paar na allemaal te identificeren. In het Surinaamse Insectenboek zitten onjuistheden, maar Merian heeft in ieder geval een begin gemaakt met het afbeelden, beschrijven en begrijpen van de metamorfosen van tropische insecten. Daar had niemand in het westen ook maar enige weet van.' Met als ‘uitsmijter' de terechte aanbeveling: ‘ Een standbeeld in Paramaribo en Amsterdam zou haar passen.' ( p. 243)
De ‘biografie' is vervolgens in ruime mate van prachtige illustraties voorzien. Niet alleen afbeeldingen van het besproken werk, in kleur, maar ook allerlei afbeeldingen die de cultuurhistorische achtergronden belichten, niet in kleur, en op heel bescheiden schaal foto's van de auteur over bijvoorbeeld het kweken van rupsen. Ze wilde nagaan wat dat nu precies betekent in de praktijk van alledag. Niet alleen in het hoofdstuk over Suriname – dat leent zich daar natuurlijk goed voor – maar ook in andere hoofdstukken.
Tenslotte de nauwgezette wijze waarop Ella Reitsma de lezer deelgenoot maakt van de antwoorden op de hoofdvraag en de bijkomende vragen, in een stijl die een groot publiek weet aan te spreken. Toen Maria Sibylla ziek naar Amsterdam terugkeerde nam ze een Indiaanse mee, om haar kennis over land, flora en fauna te kunnen gebruiken. Ella Reitsma vraagt zich af: ‘Wie was de indianin zonder naam? En welk aandeel heeft de indiaanse in de informatie bij de platen van het Surinaamse Insectenboek gehad?' Ze zal haar hulp hebben gehad bij het checken van de informatie en het uitbreiden van reeds verkregen informatie, zo is Reitsma' conclusie, om vervolgens te eindeigen met: ‘Wat er na het uitkomen van het boek met deze vrouw is gebeurd, zal niemand te weten komen. Wie een zonnige kijk op het leven heeft, zal menen dat ze terug op de boot is gezet. ‘ ( p. 206) Inez van Dullemen laat in haar roman Maria Sibylla een zwarte negerslavin ontmoeten, met wie ze een band opbouwt. ‘Toen ik eenmaal met definitief met het boek begonnen was, zag ik steeds dat beeld van twee boten voor me, uit verschillende continenten op weg naar Suriname, met aan boord twee totaal verschillende vrouwen, uit een andere cultuur, in situaties die radicaal van elkaar verschilden.' ( Weekkrant Suriname 27 december 2001)
Vlinders vangen in de tropen
Het informatieve jeugdboek is geheel en al toegespitst op de reis naar en het verblijf van Maria Sibylla Merian in Suriname. In het ‘voorwoord' (Reizen) zet zij de betekenis van Mari Sibylla uiteen: ‘ Maria Sibylla Merian reisde met haar jongste dochter op een koopvaardijschip naar Suriname. Dat was twee maanden varen. Zij was de eerste die het land ‘heet en nat' (haar eigen woorden), de planten en insecten bestudeerde en tekende . Haar grootste belangstelling had de metamorfose, de ontwikkeling van ei, rups, pop tot vlinder. Hoe zag de gedaanteverwisseling van een insect eruit? Wat gebeurde er tijdens deze ‘reis'? De rups, die zich voedt met de bladeren van de plant en hele oogsten kan vernietigen, zag zij als een symbool van de mens. De pop betekende de dood , de vlinder de opstanding daaruit. Ze was een diep gelovige vrouw. Suriname werd door Maria Sibylla Merian voor het eerst op de internationale kaart gezet.' (p.3)
Het is een uitbundig jeugdboek geworden, waarin de schrijfster haar fascinatie voor de 17 e eeuwse kunstenares in de vorm van een soort van reisverhaal probeert weer te geven. (‘Zij ging op zoek naar plaatsen waar Merian was geweest'). De uitbundigheid zit in de vele illustraties – van afbeeldingen van het werk van tot en met foto's van de alledaagse Surinaamse werkelijkheid en die van de school in het bijzonder. Wat nu de rol van die school ( Openbare lagere school Peu et Content) in het bijzonder geweest is blijft wat in het midden. Mikt het op een vergemakkelijking van de identificatie van de lezer, ja met wie? Naast de afbeeldingen en foto's stelt de auteur diverse vragen die op een in het oog springende plaats op de bladzijde worden weergegeven, met het antwoord voor degen die de moeite neemt het boek om te keren. Het is dus niet alleen een kijk- en leesboek maar ook in zekere zin een doeboek voor de jeugd. Daarnaast loopt via een stippellijn de reis van Amsterdam naar Paramaribo en vice versa als een (rode) draad door het boek heen. Te midden van deze bonte hoeveelheid is de tekst van het lopende verhaal helder, to the point, en ook nog eens informatief voor menig volwassene. Kortom een jeugdboek dat zijn waarde bewijst.
|
Vanaf april 2008 hebben wij een nieuwe redacteur bij. Joost Minnaard (1950) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Utrecht. Hij werkt als geregistreerd lerarenopleider in het hoger beroepsonderwijs; daarnaast schrijft hij over , o.a. Caribische literatuur en interviewt regelmatig schrijvers. Joost zal bijdragen leveren vanuit Nederland.
|